Het grote speelpleinonderzoek

Afbeelding
Gele header
Gerealiseerd in 2015
Opdrachtgever Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media
Uitvoerders Kind & Samenleving

Speelpleinwerkingen in Vlaanderen en Brussel

In dit grote onderzoek uit 2015 naar het speelpleinwerk in Vlaanderen en Brussel koppelden we kwantitatief onderzoek bij speelpleinorganisatoren en animatoren aan een kwalitatief onderzoek bij kinderen. 

Kinderen spelen op een speelpleinwerking. Het beeld komt van de cover van het onderzoek.
  • Survey bij 316 speelpleinverantwoordelijken en 2010 animatoren uit 109 werkingen in Vlaanderen en Brussel. 
  • Observatie-onderzoek in elf uiteenlopende speelpleinwerkingen over hoe kinderen hun speelpleindag beleven.

Waarover ging het onderzoek? 

  • Hoe beleven kinderen de speelpleindag en de speelkansen die daarin zitten: het speelsysteem, activiteitenaanbod, organisatie van de werking, animatoren, terrein en materiaal, interactie met andere kinderen?
  • Hoe worden speelpleinwerkingen georganiseerd? Hoe uiteenlopend is dat? Hoe zit het met de financiering, de animatorenploeg, de huisvesting, de relatie met de buurt…?
  • Eigen aan het speelpleinwerk is de begeleiding door (een wisselende ploeg) jongeren. Wie zijn de animatoren? Welk profiel hebben ze, welke opleidingen volgende ze, wat houdt hen gemotiveerd en wat loopt moeilijk? 

Proef van deze conclusies

Hieronder kan u het rapport lezen of downloaden. Maar alvast enkele conclusies? 

Een speelplein dient… om te spelen

  • Op een speelpleinwerking wordt in de eerste plaats ‘gespeeld’: dat is ondubbelzinnig waar het speelplein voor dient, vinden kinderen, animatoren, en verantwoordelijken. Vrijheid en uitdaging zijn in dat spelen cruciaal. “We mogen hier doen wat we willen” en “het zijn hier leuke activiteiten”, zo typeren kinderen een werking waar ze enthousiast over zijn.
  • Toch is er geen sprake van één speelpleinmodel. Wat je precies mag verwachten van ‘het speelplein’, hangt nogal af van de werking waarop je terecht komt. Die verscheidenheid is op zich geen probleem, maar tussen werkingen onderling verschillen de speelkansen die kinderen hebben wel enorm. Hoe zit het juist met de vrijheid op het vakantiespeelplein? Sluit het aanbod voldoende aan bij het eigen spel van kinderen? Gaan animatoren flexibel om met wat vooraf gepland was? Mogen kinderen afhaken uit een activiteit omdat ze moe zijn of gewoon geen zin meer hebben?
  • Vanuit de beleving van kinderen staat het speelplezier centraal, en al wat in de weg zit, frustreert. Wachtmomenten, mank lopende activiteiten, te langdradige verzamelmomenten of een animator die roept: Stop eens met spelen en luister naar de uitleg.
  • We merkten ook hoezeer de terreinen variëren: van een speels landschap dat bewust afgestemd is op speelkansen, tot veeleer armzalige pleinen waarop het voor animatoren en kinderen behelpen is. Uitdagende buitenruimtes met niveauverschillen, voorzieningen om met water te spelen, om kampen, hutten en torens te bouwen, zijn slechts bij een derde van de werkingen voorhanden. Zeker het eigen spel van kinderen lijdt onder een weinig prikkelend terrein.

Het speelplein is ook opvang, maar met frisse tegenzin

  • Het speelpleinwerk is een van de mogelijkheden die ouders en kinderen hebben om de vrije tijd in de vakantie in te vullen, op een heel flexibele manier – je kan de ene dag komen en de volgende niet. Speelpleinen organiseren zich ook naar de werkuren van ouders. Er is doorgaans voor- en na-opvang, en speelpleinen zijn per dag gemiddeld maar liefst 9,5 uur open.
  • Tegelijk is er een houding van onwennigheid en zelfs tegenzin tegenover die opvangfunctie: het speelplein wil voluit jeugdwerk blijven. Slechts één op de vier organisatoren ziet opvang ook echt als één van de doelen van de speelpleinwerking. Het is belangrijk om de eigenheid van het speelpleinwerk binnen het lokale opvanglandschap ook te erkennen en te waarderen.

Engagement 

  • Het speelpleinwerk draait dankzij heel geëngageerde jonge mensen. Wat de animatoren drijft, zijn het plezier met de vrienden en de kinderen, en het maatschappelijk engagement.
  • Maar zij maken wel heel lange dagen, en hun draagkracht zit misschien wel op de limiet. Gedurende de zomervakantie is er een groot verloop van animatoren, en sommige werkingen hebben moeite om voldoende jongeren te rekruteren.