De stem van kinderen en jongeren in het BRV

Afbeelding
Kinderen presenteren hun ideale woonbuurt
Opdrachtgever Departement Omgeving
Uitvoerders Kind & Samenleving

In dit project gingen we naar hoe het perspectief van kinderen (10-12 jaar) kan bijdragen aan de verdere uitwerking van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), en meer specifiek het Beleidskader ‘Ruimte voor wonen’. Aan de hand van een participatietraject met kinderen uit het 5e en 6e leerjaar van twee basisscholen in Gent en Stabroek onderzochten we hoe kinderen wonen ervaren en welke kwaliteiten zij belangrijk vinden, zowel op vlak van de woning als op vlak van de ruimere woonomgeving.

De resultaten tonen aan dat kinderen vooral belang hechten aan woonkwaliteiten zoals rust en privacy, een eigen buitenruimte, nabijheid van voorzieningen, een groene omgeving en de kans op (spontane) sociale interactie. Niet de woontypologie, maar de onderliggende woonkwaliteiten blijken bepalend voor hun woonvoorkeuren. Kinderen zijn in de eerste plaats op zoek naar een aangename woonervaring en -beleving. De vraag die daarbij vooral van belang is: hoe kan ik mezelf goed voelen in mijn eigen woning en wat is hiervoor nodig? Als een bepaalde woning jou de nodige rust en privacy kan bieden die je zoekt, dan maakt het voor een kind in principe niet uit of dat nu gaat om een vrijstaande woning, een rijwoning of een andere woonvorm.

Voor planners, ontwerpers en architecten bestaat de uitdaging erin om duurzame, compacte woonvormen te ontwikkelen die woonkwaliteiten als rust, privacy en (eigen) buitenruimte garanderen. Naast aandacht voor een kwantitatieve invulling van de woonopgave, moet er dus voldoende aandacht gaan naar een kwaliteitsvolle architectuur en vormgeving op niveau van de individuele woning. Want pas wanneer kinderen (en hun ouders) overtuigd zijn dat een bepaalde woning hen de nodige kwaliteiten kan bieden, zullen zij compacter wonen overwegen.

Ook op niveau van de ruimere woonomgeving zijn het de kwaliteiten die doorslaggevend zijn. Kinderen zijn niet per se op zoek om te gaan wonen in een bepaald type omgeving, zoals stad, dorp of platteland. Ze willen vooral een omgeving die beantwoordt aan hun behoeften. Naast een buurt met veel voorzieningen nabij, snakken kinderen naar een groene, natuurrijke woonomgeving. Elke woonbuurt – of het nu gaat om een bestaande of een nieuw te ontwikkelen buurt – zou in principe moet beschikken over een minimumaanbod aan kwaliteitsvolle, bereikbare publieke groenruimte. (Her)ontwikkeling van kernen gebeurt dus best evenwichtig: verdichting moet gepaard met een versterking van het aanbod aan bereikbare en kwaliteitsvolle publieke groenruimten.