Kinderen en jongeren worden nauwelijks betrokken bij het mobiliteitsbeleid. Toch is hun mobiliteitsbeleving en -perspectief cruciaal. Een kindvriendelijke omgeving en mobiliteit is tenslotte gunstig voor iedereen. De kindnorm benadert mobiliteit vanuit het perspectief van kinderen en stimuleert beleidsmakers en mobiliteitsactoren om werk te maken van een mobiliteitssysteem waarin kinderen zich zelfstandig, actief en veilig kunnen verplaatsen.
De waarde van een omgeving op maat van kinderen
Kinderen en jongeren bekijken en ervaren mobiliteit op een andere manier dan volwassenen. Dat is deels fysiek te verklaren: hun lichamelijke en cognitieve vaardigheden zijn nog niet ten volle ontwikkeld. Minstens even belangrijk is het verschil in beleving: voor kinderen is ‘onderweg zijn’ veel méér dan ‘van A naar B gaan’. Onderweg kan je babbelen, elkaar ontmoeten, dingen ontdekken en spelen. Kinderen maken veel minder dan volwassenen een onderscheid tussen functionele en recreatieve verplaatsingen. Ze kiezen soms die route die ‘niet saai’ is omdat je er iets kan beleven: om ter snelst fietsen tot aan de volgende verlichtingspaal, slalommen en spelen. Die beleving maakt het onderweg zijn aantrekkelijk en zorgt ervoor dat ze hun vertrouwde leefwereld gaandeweg kunnen uitbreiden.
Bovendien speelt ook altijd het leerproces dat kinderen doormaken om vervoersmiddelen, routes, verkeersinfrastructuur en het gedrag van andere weggebruikers te leren kennen en erop te leren inspelen een belangrijke rol. Onderweg zijn gaat zelden zonder intussen iets bij te leren. Het zelfstandig op weg (leren) zijn is dus cruciaal voor de ontwikkeling van kinderen, want enkel op die manier doen ze de nodige ervaring op om zich in het verkeer te begeven.
Autonome verplaatsingen van kinderen zijn bovendien actieve verplaatsingen. Ze zorgen ervoor dat kinderen en tieners bewegen. Dat komt hun mentale en fysieke gezondheid ten goede, én het vermindert de mobiliteitsdruk door autoverplaatsingen. Een verkeersveilige en kindvriendelijke omgeving is niet alleen goed voor kinderen en jongeren, het is een omgeving die ook aangenaam, bereikbaar en veilig is voor alle leeftijden, en in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen zoals ouderen en personen met een mobiele beperking.
Naar een kindnorm in het mobiliteitsbeleid
De kindnorm helpt beleidsmakers en mobiliteitsactoren om de juiste keuzes te maken bij het plannen, ontwerpen, inrichten en beheren van de publieke ruimte en mobiliteitsinfrastructuur.
Volgende hefbomen zijn van belang om in de praktijk werk te maken van de kindnorm:
- Open de deur voor kindvriendelijke omgevingen: Begin bij het begin: omgevingen waar kinderen wonen en/of frequent naartoe komen zoals de woonbuurt, de schoolomgeving, de sportsite, de jeugdbeweging, etc. dienen autoluw en verkeersveilig te zijn ingericht met een focus op verblijfskwaliteit.
- Maak een netwerk van veilige fiets- en wandelroutes: Kinderen en jongeren moeten kunnen beschikken over een coherent netwerk van fiets- en wandelroutes waarlangs zij zich zelfstandig, veilig en met plezier kunnen verplaatsen.
- Laat kinderen participeren: Kinderen en jongeren zijn ervaringsdeskundigen. Door rechtstreeks met hen in dialoog te gaan en hen actief bij het mobiliteitsbeleid te betrekken, krijg je inzicht in hun noden en ontwikkel je een mobiliteitssysteem op hun maat.
- Informeer kinderen: Richt communicatie over mobiliteitsmaatregelen niet alleen op volwassenen, maar ook op kinderen en jongeren door hun taal te spreken en te vertrekken vanuit hun eigen leefwereld.
- Weer zwaar verkeer: Wagens worden steeds groter, breder en zwaarder. Dit heeft rechtstreekse gevolgen voor de veiligheid van kinderen, want zwaardere wagens zorgen ook voor zwaardere ongevallen. Het is daarom essentieel om zwaar verkeer te beperken in omgevingen waar veel kinderen te verwachten zijn én op belangrijke gebruiksroutes.
- Geef kinderen oefenruimte: Kinderen doen vaardigheden en ervaring op in de praktijk, door zich effectief in het verkeer te begeven en zelfstandig onderweg te zijn. Elk kind ontwikkelt op zijn eigen tempo, maar moet de kans krijgen om zijn vaardigheden te oefenen. Een vergevingsgezinde infrastructuur is daarom cruciaal zodat kinderen al doende kunnen leren en fouten kunnen maken zonder al te grote gevolgen.
- Help kinderen goed op weg: Kinderen hebben nood aan correcte informatie en educatie rond regels en gedrag in het verkeer. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor ouders, leerkrachten en opvoeders.
De kindnorm bouwt verder op het initiatief van de Gezinsbond in 2019 en wordt vormgegeven vanuit de ‘coalitie Kindnorm’ waar Kind & Samenleving sinds 2024 samen met andere partnerorganisaties deel van uitmaakt. Hieronder lees de visieverklaring van de coalitie. Meer info vind je terug op Coalitie Kindnorm.