Deze principes ondersteunen lokale besturen, ontwerpers en aannemers bij het inrichten van veilige, leesbare en comfortabele fietsvoorzieningen in tijdelijke werfsituaties. Kinderen en jongeren vormen hierbij een belangrijke referentiegroep omdat zij kwetsbaarder zijn in complexe verkeerssituaties en sterk afhankelijk zijn van duidelijke, conflictvrije routes. Bij elke werf wordt de tijdelijke inrichting expliciet getoetst aan de vraag:
Kan een kind of jongere deze route zelfstandig, veilig en zonder twijfel gebruiken?
Waarom moet je bij wegenwerken extra denken aan kinderen en jongeren?
- Zichtbaarheid en ooghoogte van kinderen: Kinderen hebben een lagere ooghoogte en zijn zelf ook minder zichtbaar voor andere weggebruikers en werfverkeer.
- Beperkte risico-inschatting: Kinderen en jongeren kunnen snelheid, afstand en gevaar vaak minder goed inschatten dan volwassenen. Ze zijn gevoeliger voor afleiding door vrienden, smartphones, spelgedrag of onverwachte prikkels uit de omgeving.
- Extra ruimte: Op drukke momenten moet voldoende ruimte voorzien zijn voor groepen kinderen en jongeren om veilig te wachten, te kruisen of elkaar voorbij te steken. Jongeren fietsen vaak naast elkaar, in groep en al pratend, maar ook kinderen fietsen graag naast een ouder of begeleider. De infrastructuur moet hier fouttolerant voor zijn (minstens 1,5 meter).
- School- en vrije tijdsroutes en piekmomenten: Er zijn routes en momenten waarop er veel kinderen en jongeren onderweg zijn. Werfsituaties moeten expliciet afgestemd worden op het begin en einde van de schooldag, drukke fietsstromen en specifieke routes naar sportclubs en jeugdvoorzieningen.
- Efficiënt routegebruik: Kinderen kiezen vaak de kortste of meest logische route. De omleiding mag dus niet te lang, te complex of onlogisch zijn.
8 Vuistregels
Vertrek vanuit het STOP-principe
Pas het STOP-principe consequent toe bij werven:
Focus eerst op stappers en fietsers, vervolgens op openbaar vervoer en pas daarna op gemotoriseerd verkeer.
Bij werfsituaties betekent dit dat de continuïteit van voet- en fietsroutes prioritair wordt verzekerd, ook wanneer dit impact heeft op de doorstroming van auto’s.
Ontwerp vanuit het kind- en jongerenperspectief
Toets elke tijdelijke inrichting aan de vraag: "Kan een 10- tot 14-jarige deze route zelfstandig, veilig en zonder twijfel gebruiken?". Kinderen en jongeren hebben een beperkter overzicht in complexe verkeerssituaties, reageren impulsiever, schatten snelheid en afstand minder goed in, lezen signalisatie anders dan volwassenen en kiezen vaak de meest directe route.
Daarom moet de route eenvoudig leesbaar zijn, conflictpunten vermijden, voorspelbaar zijn en geen moeilijke manoeuvres vragen
Maak de route leesbaar
Tijdelijke routes moeten in één oogopslag duidelijk zijn. Gebruik voor de leesbaarheid consequente kleuren, doorlopende tijdelijke markeringen, herhalingen van wegwijzers, een duidelijke vooraankondiging en visuele bevestigingen na elk kruispunt of keuzepunt.
Voor kinderen werkt visuele logica beter dan tekst alleen. Denk aan pijlen op ooghoogte en op het wegdek, grote symbolen, korte boodschappen en leesbare signalisatie op kinderhoogte, en verwijs voor de richtingwijzers eerder naar plekken dan naar straatnamen. Dus bijvoorbeeld de kerk, het politiebureau... Daarbij kun je ook met symbolen werken.
Vermijd conflicten met zwaar verkeer
Een bijzonder aandachtspunt bij werven is de interactie met werfverkeer. Voor kinderen en jongeren moet elk contact met zwaar verkeer maximaal vermeden worden. Voorzie fysieke afscheidingen, conflictvrije kruisingen, aparte oversteekmomenten en tijdelijke verkeerslichten waar nodig. Beperk de snelheid op belangrijke routes voor kinderen tot 30 km/u en voorzie bijkomende snelheidsremmende maatregelen.
Zorg voor veiligheidsgevoel en comfort
Veiligheid is meer dan ongevallen vermijden. De route moet ook veilig aanvoelen, zowel sociaal als fysiek. Zeker voor tieners is sociale veiligheid, vooral in het donker, een aandachtspunt. Daarbij is het belangrijk om te denken aan voldoende breedte, voldoende afstand tot autoverkeer, fysieke afscherming, vlakke en slipvrije verharding, geen losse platen, kabels of boordstenen, goede verlichting en geen smalle of donkere doorgangen.
Test de route in de praktijk
Controleer tijdelijke voorzieningen niet enkel op plan. Fiets de route zelf af tijdens de ochtendspits, bij schooluren, in het donker, bij regenweer... Doe dit expliciet ook vanuit het perspectief van een jongere fietser. Idealiter test je de routes met kinderen/jongeren (en ouders) zelf.
Let op de details
Wat voor volwassenen een overzienbaar risico is, is voor kinderen soms net moeilijk of gevaarlijker. Zet regelmatig de kindbril op om de werf te bekijken vanuit het kind. Denk hierbij bijvoorbeeld aan open sleuven of putten in het wegdek, opgebroken trottoirs met ongelijke tegels, losse markeringen of kegels die gemakkelijk omvallen.
Informeer duidelijk via verschillende kanalen
Bij werfsituaties denken we vaak meteen aan infrastructuur en signalisatie, maar goede communicatie is minstens even cruciaal, zeker voor kinderen en jongeren. Voor jonge kinderen volstaat een klassiek aankondigingsbord vaak niet omdat ze minder tekst kunnen lezen.
Informeer kinderen en jongeren op verschillende manieren: werk zoveel mogelijk visueel voor jongere kinderen, maak aankondigingsborden eenvoudig, eventueel met een apart bord voor kinderen op ooghoogte, en werk samen met scholen en jeugdverenigingen, zeker bij langdurige werven. Zij kunnen kinderen, jongeren en ouders meer specifiek informeren via smartschool, in de klas of tijdens activiteiten.
Hoe verbeter je communicatie voor kinderen en jongeren?
Hoe kunnen aankondigings- en infoborden beter?
- Minder tekst, meer visueel
Kinderen en jongeren lezen onderweg geen lange tekst. Denk aan grote pijlen, duidelijke fietsiconen, kleurcodes, eenvoudige kaartjes, pictogrammen van school/sporthal/station...
Bijvoorbeeld:
Niet goed: “Omleiding fietsers via Stationsstraat en Parklaan”
Beter: grote pijl + fietsicoon + mini-kaartje + “schoolroute”
- Werk met herkenbare kleuren
Gebruik één consequente kleur voor tijdelijke fietsroutes.
Bijvoorbeeld:
geel = tijdelijke fietsroute
blauw = schoolomleiding
oranje = algemene werfinfo
Consequentie is hierbij essentieel. Als de pijlen geel zijn, moeten ook markeringen op de grond, borden, nadarstickers, infopanelen dezelfde kleur gebruiken.
- Op kinderhoogte en fietshoogte
Veel borden zijn ontworpen voor automobilisten. Plaats borden voor kinderen en fietsers lager, gebruik grotere symbolen en plaats ze niet achter obstakels.
Hoe kunnen we kinderen en jongeren nog beter informeren?
- Via scholen
Scholen zijn waarschijnlijk het beste kanaal. Werk samen met directies, leerkrachten, ouderverenigingen, gemachtigde opzichters en leerlingenraad, informeer op een eenvoudige manier en richt je zowel op het kind/de jongere als de ouders, werk zeer visueel en leg duidelijk de timing uit.
Informeer kinderen en ouders op een eenvoudige en duidelijke manier. Deze info kan op verschillende manieren verspreid worden: een bericht op Smartschool, een PowerPoint die de leerkracht eenvoudig kan gebruiken, een brief, mail of bericht aan de ouders, of via de sociale media van de school.
Werk deze info voor de school uit, zodat zij er zo weinig werk aan hebben.
- Via jongerenkanalen op sociale media
Tieners krijgen informatie vaak sneller via digitale kanalen dan via een bord. Denk aan instagram-stories van de stad of gemeente, snapchat of WhatsApp via schoolgroepen, of jeugdbewegingen.
Korte video’s werken het beste: “Zo fiets je de komende weken veilig langs de werf” met een filmpje van 20 seconden.
De uitdaging is om dit via de juiste pagina’s tot bij de jongeren te laten komen. Vaak kijken zij niet op de sociale media van de gemeente.
- Via jongeren zelf
Vraag aan de leerlingenraad, jeugdraad, scholen, jongerenorganisaties om routes te testen en feedback te geven. Bijvoorbeeld: "Waar raak je in de war?" "Waar zou jij oversteken?"
Jongeren zien vaak andere problemen dan volwassenen.
Extra belangrijk: timing
Communiceer niet enkel tijdens de werken. Gebruik drie momenten:
- vooraf
1 week op voorhand: “vanaf maandag verandert je schoolroute”. - tijdens de opstart
Zorg in de eerste 3–5 dagen voor extra signalisatie. - bij wijzigingen
Elke fasewisseling vraagt om nieuwe communicatie. Veel verwarring ontstaat wanneer de route halverwege wijzigt.