In Vlaanderen spelen kinderen steeds minder buiten. Hoog tijd dus om daar iets aan te veranderen. De publieke ruimte en mobiliteit bepalen doorgaans of een kind al dan niet kan of mag buitenspelen. Met de 8-80-800 vuistregels kan je werk maken van een kindvriendelijke omgeving met gevarieerde speel- en ontmoetingskansen en waarbinnen kinderen zich veilig en met plezier kunnen verplaatsen.
Kind & Samenleving heeft drie samenhangende vuistregels ontwikkelt die de basis vormen voor een kwalitatief speelruimtebeleid:
8: Autonoom op pad
Elke 8-jarige moet zich autonoom – zonder hulp van een volwassene – binnen de eigen woonbuurt kunnen verplaatsen. Dit is belangrijk voor kinderen, want zelfstandig onderweg zijn bevordert de fysieke ontwikkeling en het leert hen cruciale motorische vaardigheden. Vooraleer een kind zich alleen kan én mag verplaatsen, moet er echter heel wat goed zitten op vlak van publieke ruimte en verkeer. Zo moeten de verplaatsingsafstanden voldoende klein zijn, en moet er een fijnmazig netwerk van kindroutes aanwezig zijn waarlangs de 8-jarige zich veilig kan verplaatsen. Daar waar gebruiksroutes van kinderen samenvallen met wegen voor gemotoriseerd verkeer krijgen zachte weggebruikers de nodige (afgescheiden) ruimte en/of voorrang.
80: Een speels opstapje naar het kindweefsel
Voor een kind is een verplaatsing nooit louter functioneel: het is een beleving op zich. In een kwalitatief kindweefsel bevinden er zich daarom op regelmatige afstanden stapstenen in de publieke ruimte. Een stapsteen is een plek(je) die aanleiding geeft om even halt te houden, je vrienden te ontmoeten of kort te spelen. Dit vormt voor een kind een toegang of opstap tot het bredere kindweefsel. Het hoeft geen grote speelruimte te zijn, vaak zijn ook kleinere plekjes al ideale stapstenen. Denk bijvoorbeeld aan een hoekpleintje met een zitbank en spelprikkel, of een plekje langs een trage weg die uitnodigt om te spelen.
800: Een grote, kwaliteitsvolle speelruimte in de buurt
Binnen de eigen woonbuurt moeten kinderen beschikken over een kwalitatieve speelplek van minstens 800 m2. Het gaat om een publieke ruimte waarvan kinderen en jongeren eerste gebruikers zijn: de inrichting maakt meteen duidelijk dat je er kan én mag spelen. Denk bijvoorbeeld aan een formeel speelterrein, maar ook een groenruimte met natuurlijke speelelementen of een woonerf waar je duidelijk op straat kan spelen. Die 800 m2 is nodig om een kwaliteitsvol speels landschap met diverse speelkansen te creëren én om voldoende buffering te voorzien, bijvoorbeeld naar aangrenzende tuinzones of drukke straten toe.
De 8-80-800 vuistregels kunnen verankerd worden in het gemeentelijke beleidsinstrumentarium. Ze kunnen bijvoorbeeld als principes opgenomen worden in een (ruimtelijke) beleidsvisie, een stedenbouwkundige verordening; een beleidsplan ruimte, principes voor nieuwe woonontwikkelingen, een visie ‘kindvriendelijke gemeente’, het gemeentelijk meerjarenplan …
8-80-800 vuistregels
Lees hier de publicatie!