September is die maand waarin de kinderen weer door de ochtendspits fietsen (of steppen, of huppelen), of snel-snel voor de schoolpoort worden gedropt. En dan valt het telkens weer op: we hebben een bont allegaartje aan schoolomgevingen. Sommige kinderen hebben geluk en kunnen rekenen op een fijne tocht heen en terug, maar al te vaak is de ruimte rondom onveilig en stresserend voor iedereen. Hoe kan het beter?
Schoolomgeving als goed functionerend plein
De laatste jaren zijn veel kernen en pleinen heraangelegd met veel meer ruimte voor oud en jong. Hoog tijd om dat door te trekken naar schoolomgevingen. De ideale schoolomgeving moet werken als een goed functionerend plein. Kinderen steken zonder moeite en gevaar over, jongeren kunnen vlot naar het openbaar vervoer en ouders kunnen er in alle rust hun kinderen brengen en opwachten. Er is ruimte voor de buurtbewoners, om te spelen en elkaar te ontmoeten. Het plein is voldoende groen en biedt een geborgen sfeer. Een belangrijke voorwaarde is dat er andere functies aan gekoppeld kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld door de schoolinfrastructuur (deels/tijdelijk) open te stellen voor de buurt. Of door activiteiten van de buurt op het plein te laten doorgaan. Zo moet het schoolplein een centrale plaats krijgen in een gemeente of stad.
Prioriteiten
Het schoolplein is een omgeving met een gezonde luchtkwaliteit. Die kan gecreëerd worden door het weren en/of omleiden van gemotoriseerd verkeer. Straten en verkeerscirculatie moeten in die zin aangepast worden. De inplanting van nieuwe scholen langsheen drukke verkeersaders is uit den boze. Ook het vergroenen en ontharden van schoolomgevingen is noodzakelijk om meer ademruimte te creëren.
Het schoolplein en bij uitbreiding de ruime schoolomgeving zijn zo ingericht dat verkeersveiligheid niet ter discussie staat. Een schoolomgeving moet veilig zijn, voor iedereen. Kinderen en jongeren leren op verschillende leeftijden andere verkeersinschattingen te maken. Een schoolomgeving moet zo ontworpen zijn dat ze veilig is voor een 5-jarig kind dat leert fietsen én voor een tiener die met zijn step naar huis gaat. Autonome verplaatsingen van kinderen en jongeren worden gestimuleerd, en voetgangers, fietsers (en bij uitbreiding skaters, steppers…) en openbaar vervoer krijgen duidelijk voorrang.
Op weg naar school
Ook de routes van en naar de school vragen een specifieke aanpak. Uitgangspunt is dat kinderen en jongeren de beste en veiligste routes moeten kunnen kiezen. Dit kan van dag tot dag verschillen, en is afhankelijk van de manier waarop ze naar school gaan: alleen, in groep, te voet, met de fiets, het openbaar vervoer. We moeten werk maken van een verkeersveilige publieke ruimte, zorg dragen voor elke oversteekplaats en elke verbinding. Conflictsituaties met gemotoriseerd verkeer worden vermeden. De routes die kinderen, jongeren en hun ouders kunnen volgen, moeten logisch en veilig zijn, waardoor schoolroutekaarten overbodig worden.
Het is duidelijk dat scholen en hun omgevingen een prioriteit moeten zijn in het ruimtelijk beleid. Dit kan door bij elke stap van het mobiliteitsbeleid eerst te denken aan kinderen en jongeren, aan de manier waarop ze zich verplaatsen en gebruik maken van de publieke ruimte.
Wil je weten hoe je aan de slag kunt? Bekijk de checklist in de bijgevoegde pdf.