Kwalitatieve inrichting van speelruimte

Afbeelding
Gele header

Een goede speelruimte is meer dan de speeltoestellen alleen. Die toestellen noemen we de uitrusting van speelruimte, ze zijn eigenlijk slechts een onderdeel van een groter geheel. De kwaliteit van een speelruimte wordt vooral bepaald door de landschappelijke inrichting. Een doordacht vormgegeven speellandschap biedt kinderen gevarieerde speelkansen én gaat meerdere generaties mee.

Diversiteit aan spelvormen

Spelen is heel wat meer dan schommelen en glijden. Via spel ontdekken kinderen de wereld en ontwikkelen ze cruciale vaardigheden: ze leren omgaan met risico’s, oefenen hun motoriek en leren samenwerken. Buitenspelen versterkt de fantasie en creativiteit en zorgt voor een connectie met de natuur. 

Een kwaliteitsvolle speelruimte zet in op verschillende spelvormen: van constructiespel, fantasiespel en rustig spel, tot vrij en risicovol spel. Een speelterrein wordt rijker naar mate het verschillende speelkansen combineert. Denk bijvoorbeeld aan een gedeelte voor avontuurlijk, natuurrijk spel met speelheuvels en een evenwichtsparcours boven water gecombineerd met een sportzone (bv. voetbal of basketbal) en een geborgen zone voor rustig spel. De kwaliteit van het terrein zit vooral in het gepast verbinden of scheiden van verschillende deelzones. Dit kan uiteraard enkel als er voldoende oppervlakte beschikbaar is. Maar zelfs op kleine terreinen is het een oefening waard.

Speelkansen voor iedereen

Het is niet zo dat ieder kind elke speelaanleiding op het speelterrein leuk moet vinden en moet kunnen bespelen. Belangrijker is dat er verschillende soorten spel zijn, zodat elk kind iets vindt op zijn/haar maat en volgens de eigen mogelijkheden en interesses.  

De doelgroep ‘jeugd’ is breed. Met de inrichting en uitrusting moet je inspelen op noden van verschillende doelgroepen: kleine kinderen, grotere kinderen, tieners, kinderen met een beperking, meisjes, jongens… Maar een speelruimte kan ook voor volwassenen een aangename en aantrekkelijke verblijfsplaats zijn. Een doordacht ontwerp biedt ruimte aan verschillende doelgroepen, zonder dat ze elkaar ‘storen’. Dit doe je door te werken met verschillende deelzones, en door te zorgen voor voldoende afstand en buffering waar nodig.

Een kwaliteitsvol speellandschap in vier stappen

Een doordacht, landschappelijk ontwerp vormt de basis van de inrichting en komt in verschillende stappen tot stand. Als eerste stap teken je een zoneringsplan uit dat het speelterrein opdeelt in verschillende deelzones. Die variatie aan zones maak je vervolgens concreet met behulp van reliëf, water en groenvoorzieningen. Het plaatsen van speeltoestellen vormt pas de laatste stap.

Concepttekening van de eerste stap voor inrichting speelterrein: opmaak vlekkenplan met zones en looplijnen

1. Opmaak zoneringsplan

Een doordachte zonering van de speelruimte vormt de basis van de uiteindelijke inrichting. Via een vlekkenplan structureer je de ruimte: verschillende zones vormen als het ware ‘kamers’. Ze bieden speelkansen voor verschillende doelgroepen en leeftijden. Looplijnen verbinden de zones en zorgen ervoor dat elke zone toegankelijk en bereikbaar is. 

Concepttekening van de tweede stap: het vormgeven van het speellandschap door middel van reliëf en water

2. Reliëf en water als basis voor het speellandschap

Vervolgens geef je het zoneringsplan reliëf met grondwerken. Een gevarieerd speellandschap mag best wat niveauverschillen bevatten. Heuvels, hellingen en keermuurtjes bieden avontuurlijke speelkansen én helpen om de ruimte in te delen. Een heuvel(tje) kan enerzijds een speelaanleiding zijn, maar kan ook als fysieke scheiding dienen tussen verschillende deelzones. Maak ook zeker ruimte voor water op het speelterrein. Ondiepe wadi’s vormen een uitdagende speelaanleiding én maken het speelterrein klimaatbestendiger. Denk ten slotte ook aan variatie qua bodembedekkingen. Verschillende bodembedekkingen zoals zand, aarde, gras en houtschors bieden andere speelervaringen. Het gaat verder dan de valbodem in functie van speeltoestellen: zand is bijvoorbeeld ook een speelaanleiding op zich. 

Concepttekening van de derde stap: het toevoegen van natuurlijke elementen om het speellandschap verder vorm te geven

3. Bomen, planten en bloemen voor natuurrijk spel

Met groen en speelnatuur geef je de basis van het terrein verder vorm. Groenelementen maken onlosmakelijk deel uit van een kwalitatieve speelruimte. Ze bieden tal van informele speelkansen en vergroten de connectie met de natuur. Denk bijvoorbeeld aan bomen om in te klimmen, struiken om je in te verstoppen, dieren en insecten zoeken in het gras en tussen de bloemen … 

Je kan groenelementen inzetten voor diverse doeleinden. Planten, bomen en struiken bevorderen gevarieerd spel: avontuurlijk spel (bv. klimbomen, ontdekking) en fantasierijk spel (bv. takken, bladeren, bloemen, verzamelen of gebruiken als bouwmateriaal). Daarnaast zorgen groenelementen voor een rijke sensorische ervaring (bv. zachte heemstbladeren en ruwe berkenbast) en kan je ze inzetten om geborgen hoekjes te creëren (bv. wilgenhutten). Net zoals reliëf kan groen ook gebruikt worden om de zones van het speelterrein vorm te geven of om te bufferen. 

Concepttekening van de vierde stap: het toevoegen speeltoestellen op doordachte plekken in het speellandschap

4. Speeltoestellen als kers op de taart

In een kwalitatieve speelruimte vloeien de speelkansen voort uit het speelse landschap en niet (uitsluitend) uit de speeltoestellen. Pas wanneer het speellandschap is vormgegeven, kan je nadenken over de speeltoestellen. Het is immers net door de speeltoestellen en -elementen op goed gekozen plekken in het speellandschap te plaatsen, dat de speelkansen nog rijker kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan rotsblokken als parcours doorheen een wadi, of een uitkijktoren op een heuvel.