Natuurrijke plekken bevatten heel wat mogelijkheden voor vrij en informeel spel, prikkelen de fantasie én bevorderen de fysieke en cognitieve ontwikkeling. Door ruimte voor natuur te koppelen aan ruimte voor jeugd, ontstaat bovendien een win-win: je creëert een klimaatbestendige, biodiverse omgeving die ook speelbaar is.
Wat verstaan we onder ‘speelnatuur’?
Er bestaan heel wat termen zowel voor groene, natuurrijke speelplekken als voor het spelen in natuurlijke omgevingen. Dat is ergens logisch, want spelen kan zowel in de wilde, ongerepte natuur waar de speelkansen informeel zijn en vervat zitten in het natuurlijk landschap en haar elementen, als op een groen speelterreintje dat volledig door de mens ingericht is en dat voornamelijk formele speelkansen bevat. Tussen beide uitersten bestaan natuurlijk vele tussenvormen:
Speelnatuur bevindt zich aan de linkse kant van het spectrum. Het natuurlijke karakter vormt de basis voor de speelkansen: het landschap met reliëf, bodem, water en groenelementen. Dit landschap kan volledig natuurlijk zijn, denk bijvoorbeeld aan een bos(rand) of waterrijk gebied, maar kan ook volledig door de mens zijn ingericht met natuurlijke elementen (bijvoorbeeld speellandschap met heuvels, wadi’s, bomen, struiken …). Ook een combinatie van beide is mogelijk, denk bijvoorbeeld aan een speelruimte in een natuurlijke omgeving of een speelbos. Belangrijk aan speelnatuur is evenwel dat kinderen er kunnen én mogen spelen. Beschermde natuurgebieden vallen hier dus niet onder. Eigen aan speelnatuur is dat de plek natuurlijke elementen bevat (losse takken, stenen, water, bomen, bloemen …) waarmee kinderen hun spel én hun omgeving kunnen vormgeven en beïnvloeden. Speeltoestellen zijn mogelijk, maar maken slechts een beperkte oppervlakte van het totale terrein uit.
Samengevat omvat speelnatuur volgende kenmerken:
- De natuur- en groenelementen vormen het hoofdonderwerp van de speelruimte. Ze vervullen dus niet louter de rol van randbekleding, buffering of decor.
- De speelkansen zitten vervat in de natuurlijke elementen en het landschap zelf.
- Speeltoestellen maken maximaal 20% uit van de totale oppervlakte.
- Kinderen kunnen delen van de plek zelf vormgeven, bijvoorbeeld d.m.v. losse materialen/elementen (water, aarde, takken, bladeren, bloemen, stenen …).
Belang van natuurlijk spel voor kinderen
Spelen in de natuur biedt heel wat gezondheidsvoordelen voor kinderen:
- Het bevordert de fysieke én mentale gezondheid: verbetert de conditie, verlaagt de kans op overgewicht, ondersteunt de motoriek.
- Het verkleint de kans op bijziendheid.
- Het stimuleert de cognitieve en emotionele ontwikkeling: verbetert het concentratie- en leervermogen.
- Het brengt rust: verlaagt de hartslag, vermindert stress en angst.
Maar spelen in de natuur biedt veel méér dan enkel gezondheidsvoordelen. Het zorgt er ook voor dat kinderen:
- Een band met de natuur opbouwen: doordat kinderen in contact komen met de natuur, leren ze verschillende fauna en flora kennen. Hierdoor is de kans groter dat ze de natuur gaan waarderen en er later ook voor zullen zorgdragen.
- Leren omgaan met risico’s: spelen in de natuur zorgt ervoor dat kinderen bepaalde inschattingen moeten maken (bv. hoe hoog kan ik in deze boom klimmen? Kan ik over deze beek springen zonder nat te worden?). Het ontdekken van je eigen grenzen en vaardigheden is belangrijk voor de ontwikkeling van een dynamisch zelfbeeld en geeft kinderen zelfvertrouwen.
- Leren samenwerken: door samen te spelen, leren kinderen de regels van het samenleven en ontwikkelen ze sociale vaardigheden.
- Hun fantasie prikkelen: in de natuur geven kinderen zelf vorm aan hun spel, hetgeen hun creativiteit en fantasie bevordert.
Uitgangspunten voor natuurrijk spel
Vrij spel staat centraal
Vrij spelen betekent dat kinderen hun spel zelf kunnen vormgeven: op hun eigen ritme en op basis van hun eigen persoonlijkheid, (on)mogelijkheden, voorkeuren en fantasieën.
Speelnatuur maakt vrij spel mogelijk doordat het een omgeving aanbiedt waarin de speelkansen niet expliciet zijn vormgegeven, maar vervat zitten in de fysieke structuur (het landschap) met haar elementen en losse materialen (takjes, stenen, bladeren, bloemen …).
Natuur is onderwerp van het spel
Natuur is geen decor, maar vormt het onderwerp van het spel. Onderdelen voor spel kunnen bijvoorbeeld bestaan uit bodemmaterialen (aarde, zand, …), reliëf, inheemse beplanting (bomen, struiken, bloemen, grassen, mossen), keien of andere steenelementen, natuurlijke afscheidingen (stenen, wilgen, hout), en waterelementen (vijver, plas, beekje …). Maar ook fauna kan onderdeel zijn het spel (bv. op zoek gaan naar insecten).
Ruimte voor risico’s
Spelen moet niet zo veilig mogelijk zijn, maar zo veilig als nodig. Risico’s zijn onlosmakelijk verbonden met boeiend kinderspel. Spelen in de natuur biedt kinderen de nodige uitdaging en zorgt ervoor dat ze hun eigen grenzen leren ontdekken. Kinderen moeten zelf een manier ontwikkelen om met risico’s om te gaan zonder dat zij continu beschermd/begeleidt worden door volwassenen. Hiervoor is het zelf ervaren van risico noodzakelijk. Onaanvaardbare risico’s (blijvend letsel of overlijden) moeten uiteraard vermeden worden.