Tieners hangen graag rond, maar de spanning tussen hen en de omgeving is soms te snijden. Met deze tips voor 'sociaal ontwerp' creëer je een publieke ruimte waarin tieners en andere groepen hun plaats vinden.
Tienervriendelijk ontwerpen
Verder kan je plekken ontwerpen vanuit ‘tienervriendelijke’ ruimtelijke principes. Deze principes zijn ontwikkeld met tieners en jongeren voor ogen, maar gaan in wezen om ‘sociaal ontwerpen’, wat iedereen ten goede kan komen.
Zo voorzie je best voldoende 'buffering' aan tuinzijdes en achterkanten van woningen (ontwerpprincipe 3). Voorzie meer buffering en afstand naarmate de
schaal van de infrastructuur groter wordt. Forse buffering is noodzakelijk bij infrastructuren die veel tieners en jongeren aantrekken en waar veel activiteit of lawaai verwacht wordt (bijv. een voetbalkooi, skateramp,...). Als buffering niet mogelijk is door een gebrek aan ruimte, houd je de plek beter low profile.
Of zorg voor meerdere ontmoetingsplekken en haal mogelijks conflicterend activiteiten wat uit elkaar (ontwerpprincipe 4). Doe dit echter zo subtiel mogelijk. De bedoeling is dan dat verschillende gebruikersgroepen elkaar wel kunnen blijven zien, zonder dat ze elkaar hoeven te storen.
Waar moet je beginnen?
Er is altijd al een zekere mate van tienerweefsel aanwezig in een gebied. Het kan dat dit bestaande tienerweefsel heel beperkt is, en dat het weefsel niet goed samenhangt. Het inventariseren van het bestaande tienerweefsel vormt wel een startpunt om op verder te bouwen. Eens het bestaande tienerweefsel in kaart gebracht, kan je de plekken, verbindingen én hun samenhang evalueren. Daarna kan je, samen met alle actoren (verschillende diensten, beleidsverantwoordelijken, én ook de tieners zelf), nagaan hoe dit tienerweefsel versterkt en verder uitgebouwd kan worden. Op die manier kan je een gewenst tienerweefsel uittekenen, dat stapsgewijs vorm kan krijgen en tot uitvoering kan komen.
'Verknopen' als opdracht
Tieners zoeken vooral plekken op die goed gelegen zijn: er is een grote samenhang met bepaalde 'planningslagen' (winkelgebieden, groene ruimte, water, secundaire scholen, openbaar vervoer, bruggen, invalswegen ...). Denk aan het schoolplein met een bushalte die gelegen is aan een snackbar, of aan een mooie zitplek naast een belangrijke fietsverbinding. Die cruciale knooppuntplekken komen bovendrijven wanneer je alle bovenvermelde planningslagen samenvoegt met het tienerweefsel tot een synthesekaart. De zones waar veel voorzieningen clusteren tot ware attractiepolen, kunnen nader onderzocht worden.
Net die knooppunten waar verschillende elementen samenkomen, hebben een hoog 'rondhang'-potentieel en zijn strategische plekken in het tienerweefsel. Focus dus de ruimtelijke ingrepen op die knooppunten, en zorg ervoor dat de ingrepen bovendien echt 'verknopen': verschillende planningslagen met elkaar verbinden en op elkaar afstemmen. Je kan bijvoorbeeld zitgelegenheid aanleggen aan de waterkant van een park dat dicht bij het winkelgebied of bij een secundaire school ligt. Gesprekken met tieners kunnen helpen om te zien waar kansen tot 'verknoping' zitten. Het komt erop aan die belangrijke plekken samen met tieners op te sporen en in samenspraak met hen uit te bouwen tot ‘hotspots’.
Meer weten?
Lees de publicatie 'Tienervriendelijke publieke ruimte' voor meer tienervriendelijke ontwerptips en voorbeelden uit de publieke ruimte.