Wat is nu écht vrije tijd?

Afbeelding
Donker blauw

Wat kan je als kind doen met je tijd? Kan je zeggen: ik ga op straat spelen? Of gaat dat niet, mag dat niet? Staat mijn buitenspelen in mijn agenda: zondag, van twee tot zes in de jeugdbeweging? En de vrije tijd die na de schooluren op school wordt doorgebracht – een uurtje sport, een uurtje toneel –, is dat nog ‘vrije’ tijd? Die vragen gaan over de manier waarop we de tijd organiseren. 

Tijdsordening

De tijd gaat niet zomaar voorbij; gezinnen, organisaties en hele samenlevingen geven hem ook een bepaalde ordening. We kennen school- en vakantieperiodes, weekdagen en weekends of uren waarop we wel en waarop we niet moeten werken. Ook de gebeurtenissen doorheen de dag hebben hun eigen opeenvolging, regelmaat en timing. Die ordening is in elke omgeving weer anders: de tijd in het gezin, op school of in de sportclub is telkens op een heel eigen manier ingedeeld en die organisatie wordt al dan niet strikt afgedwongen. Een tijdsordening is handig, want ze vergemakkelijkt afspraken en geeft houvast. Elke weekdag begint de school om half negen, en om tien uur is er een kwartier speeltijd. Daar hoeft niet elke dag opnieuw over beslist te worden. Tegelijk impliceert ordening een vorm van macht. Ze wordt opgelegd en er is niet zomaar aan te ontkomen. Mooi weer of niet, de speeltijd duurt exact een kwartier.

Rolschaatsend meisje in de stad

Tijdsordening in de vrije tijd? 

Ook de vrije tijd kent altijd wel een zekere ordening. Een heel deel van de vrije tijd van kinderen is zelfs vrij strikt georganiseerd. Op gezette tijden en in speciaal daarvoor voorziene ruimtes kunnen kinderen in groep en onder begeleiding spelen, sporten, dansen, muziekles volgen of andere activiteiten doen. Soms ligt de agenda dan behoorlijk vast: de sportclub, de muziekschool en vaak ook de jeugdbeweging hebben de uren ter plekke al vooraf behoorlijk gedetailleerd ingevuld voor kinderen. Dat kan ook, want kinderen zijn lid geworden, hebben zich geëngageerd om mee te doen en zullen er doorgaans op vertrouwen dat de activiteiten hen dingen zullen leren of gewoon plezant zullen zijn. 

Soms ligt de tijd minder vast en kunnen kinderen zelf min of meer kiezen wat ze zullen doen. Voor het vakantiespeelplein en de buitenschoolse kinderopvang is dat vaak het geval: er is een keuze aan activiteiten, je hoeft niet verplicht mee te doen met activiteiten, of je kan gewoon helemaal zelf kiezen wat je doet. De ‘vrije tijd’ van kinderen is dus de ene keer minder en de andere keer meer al vooraf voor hen ingevuld en gestructureerd. 

En dan is er nog de vrije tijd die kinderen bijna helemaal zélf kunnen vormgeven, invullen en organiseren. Kinderen zijn dan zelf aan zet: zij beslissen vrij over hun vrije tijd. Dat betekent onder meer dat ze niet hoeven te verantwoorden wat ze doen met die tijd: je hoeft niet uit te leggen waarom je dit of dat spelletje speelt, waarom je een balletje gaat trappen of wat gaat schommelen. 

Als kinderen vragen ‘mag ik gaan spelen?’, dat vragen ze eigenlijk: ‘mag ik zelf beslissen wat ik ga doen met mijn tijd?’

Dat vrij zijn van verantwoording en die autonomie om je eigen tijd vorm te geven zijn eigen aan spelen. Spelen wordt gedaan – begonnen, vormgegeven, georganiseerd – door kinderen zelf, en verdergezet zolang het prettig blijft. Spelen is per definitie niet verplicht; het gebeurt uit een intrinsieke motivatie en hoeft nergens toe te dienen. In die zin is spelen de ultieme vrije tijd. 

Pit-brochure 'spelen organiseren' van VDS

Hoe vrij is de vrije tijd? Over speelpleinwerk

Toch is de vrije tijd van kinderen dus vaak in zekere mate georganiseerd en geagendeerd. Georganiseerde vrijetijdsactiviteiten voor kinderen vullen de vrije tijd voor kinderen al in zekere mate vooraf in. Maar is vrije tijd niet vooral ‘zelf kunnen doen wat je wil’? In het speelpleinwerk wordt over die band tussen organisatie en vrijheid bewust nagedacht.

Georganiseerde vrije tijd hoeft niet gelijk te staan met een organisatie die alles zelf zoveel mogelijk in handen houdt en sterk voorgestructureerde activiteiten aanbiedt.

Vakantiespeelpleinen beschouwen het spelen van kinderen als waardevol op zich. Ze willen een vakantiegevoel creëren dat kinderen intens speelplezier bezorgt. Daarom is het niet zo vanzelfsprekend om de tijd op het speelplein sterk vast te leggen door vooraf uitgedachte en strikt begeleide activiteiten. Hoeveel ruimte kinderen daar krijgen om zelf keuzes te maken, bepaalt ook de kansen en beperkingen die ze ervaren om met hun vrije tijd om te gaan.

Speelpleinen kunnen diverse ‘speelsystemen’ hanteren. In een ‘gesloten’ aanbod volgen kinderen, vaak in leeftijdsgroepen, vooraf geplande en strikt begeleide activiteiten; in een ‘open’ aanbod kunnen kinderen vrij in en uit de activiteiten stappen en is er ruimte voor hun spontaan spel, al dan niet ondersteund door materiaal, speelhoeken en andere spelaanleidingen. Die andere manier van organiseren maakt de beleving van het speelplein voor kinderen ook anders.

 

'Verplichte vrije tijd' 

Speeltijd of opvangtijd? De tijd die  kinderen voor of na de schooldag in de buitenschoolse kinderopvang doorbrengen, is vrije tijd. Maar misschien ook niet helemaal. De schooltijd is wel voorbij, maar weinig kinderen hebben ervoor gekozen om naar de opvang te gaan. De opvangtijd kan voor hen ‘verplichte’ vrije tijd zijn.

Misschien organiseert de opvang activiteiten die de kinderen allemaal moeten volgen, maar dat is niet zo vanzelfsprekend als de vrije tijd ook verplichte opvangtijd is. Door kinderen meer zelfbeschikking over hun tijd te geven, kunnen zij zelf een evenwicht zoeken tussen ‘greep hebben op’ en ‘zich thuis voelen in’ de omgeving. Als kinderen zelf kunnen kiezen wat ze spelen en ze daarin ondersteund worden – door elkaar en door materiaal, bijvoorbeeld – dan zie je in een buitenschoolse opvang een opmerkelijk grote diversiteit aan spel. Die verscheidenheid weerspiegelt de keuzevrijheid die de kinderen genieten, en het feit dat zij de nodige tijd krijgen om hun eigen spel vorm te geven.

 

Doelgerichte vrije tijd? 

Een heel deel van de ‘vrije tijd’ van kinderen is in grote mate georganiseerd en al vooraf gestructureerd. Wanneer kinderen naar de sportclub of de jeugdbeweging gaan, is de tijd die zij daar doorbrengen al grotendeels door anderen vastgelegd. De begin- en de eindtijden liggen vast, maar vooral is al vooraf bedacht hoe de tijd daartussen zal ingevuld worden. In een sportclub is dat vaak echt doelgericht ingevulde tijd. Toch is ook dat vrije tijd: kinderen hebben de keuze gemaakt om lid te worden en engageren zich om de activiteiten trouw te volgen. Het plezier ligt in het leren en het steeds beter worden in de sport, én in de momenten van plezier en vriendschap wanneer de ernst van het sporten even wordt onderbroken. 

Kinderen krijten op de grond

Lees ons boek over hoe kinderen hun (vrije) tijd beleven