Natuurlijk hebben tieners recht op ruimte, maar dat is niet altijd het beste argument om een pragmatische ruimtelijke planner of een schepen van economie te overtuigen. Werken aan kwaliteitsvolle tiener- en jongerenruimte vraagt de inbreng van heel uiteenlopende diensten, dus moet je hen mee aan boord krijgen om hun plek in de stad of gemeente te verdedigen.
Argumenten voor plekken voor tieners
Steeds meer tieners, steeds minder plek
Het gebrek aan ruimte voor tieners is een tijdsgebonden fenomeen. In Vlaanderen, en zeker in de steden, is er op dit moment een ‘tienerboom’ aan de gang, na de babyboom die in 2006 begon. Het grote aantal jongeren in die leeftijdsklasse laat zich nu duidelijk voelen, bijvoorbeeld in de capaciteitsnood van middelbare scholen, maar ook in het publieke domein.
Tegelijker tijd moeten we dichter op elkaar gaan wonen. Dat vergt voldoende kwalitatieve ruimte, rekening houdend met het sociale aspect. Een grote concentratie van tieners op één plek kan leiden tot fricties en conflicten. Tieners zijn inderdaad ook niet altijd engeltjes... Maar als er geen ruimte voorzien wordt voor tieners, is de kans groot dat ze de ruimte zelf gaan innemen. Intergenerationeel ontwerpen, inclusief aandacht voor tieners, wordt dus gewoon een must -- zeker bij nieuwe ontwikkelingen is het beter om de aanwezigheid van tieners te (h)erkennen, er proactief rekening mee te houden, oplossingen te zoeken en subtiel te sturen, eerder dan het gevecht ermee aan te gaan.
We weten dat ze er zullen zijn, dan kunnen we er maar best rekening mee houden.
De voordelen van tieners in je buurt
Tieners zijn een belangrijke klantengroep voor buurtwinkels: hippe kledij en schoenen kopen ze meestal online of in de stad, maar op vlak van voeding zoals snoep, chips of frisdrank zijn het interessante lokale consumenten die graag dichtbij kopen. Ze zijn ook goed te verleiden tot kleine aankopen en hebbedingetjes. Hoe vaak winkeleigenaars misschien sakkeren op tieners, deze klantengroep is in vele gevallen belangrijk voor het overleven van een buurtwinkel.
Veel kleinere en wat meer afgelegen gemeenten krijgen op langere termijn ook te maken met braindrain van jong potentieel: jongeren trekken voor hun studies naar de stad en komen niet meer terug. De tienerleeftijd blijkt net een belangrijke fase om zich te hechten aan de eigen gemeente. In deze cruciale levensfase breiden tieners hun ruimtelijke leefwereld geleidelijk uit via de middelbare school, jeugdwerk, hobby’s,...
Tieners bouwen volop hun sociale netwerken uit en doen (al dan niet positieve) ervaringen op met plekken in de eigen gemeente. De sterkte van die netwerken en de kwaliteit van de binding aan de plaats blijken erg bepalend te zijn voor de latere woonplaatskeuze: wie positieve herinneringen heeft aan de tienertijd, gaat er op latere leeftijd graag opnieuw wonen.
Tieners zijn meer dan alleen een last, en je bent ze liever ook niet helemaal kwijt.
Tieners als burgers met rechten en plichten
Een meer positieve manier om naar dit vraagstuk te kijken, is erkennen dat tieners moeten kunnen oefenen in burgerschap, zowel in het samenleven met medeburgers als in deelname aan planningsprocessen. Willen we tieners die alleen binnen zitten achter hun scherm, of willen we dat ze ook buiten komen, actief bewegen en deel uit maken van het maatschappelijk leven?
Burgerschap kan je niet alleen leren op school. Je moet het in de dagdagelijkse praktijk brengen. De publieke ruimte is een ‘natuurlijke’ arena om ervaringen op te doen met actief burgerschap. In de dagdagelijkse omgang, maar ook op het niveau van participatie bij planning en ontwerp. Uit onze participatiepraktijk blijkt dat tieners ook heel goed rekening willen houden met andere doelgroepen en een heel zinvolle inbreng kunnen hebben in ruimtelijke projecten, zelfs al zijn ze complex en abstract.
Tot slot hebben tieners gewoon recht op hun aanwezigheid in de publieke ruimte. Volgens artikel 31 van het internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind hebben minderjarige adolescenten uitdrukkelijk het recht op vrije tijd, spel, ontspanning, rust en recreatie. In een General Comment stelt het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties duidelijk dat ook oudere kinderen en tieners plaats moeten kunnen vinden in de publieke ruimte (zie bijv. art. 33, 37 en 56).
Een tienerweefselplan als instrument
Om vat te krijgen op de beschikbare ruimte voor tieners, en om de gebreken in dat netwerk bloot te leggen en weg te werken, is een tienerweefselplan essentieel. Met deze aanpak kijk je naar de inplanting en inrichting van plekken die er voor tieners toe doen als één groot geheel.
Je denkt dus na over plekken binnen een groter geheel. Dat is cruciaal, want jongeren zijn niet op één plek vast te pinnen. Van het sportcentrum gaan ze naar de supermarkt voor blikjes en een snack. En daarna naar het skatepark, om vervolgens met een kleiner groepje nog even samen langs het jaagpad te rijden en tot slot aan de brug na te praten.
De mate waarin ze van plek tot plek kunnen ‘hoppen’, maakt hun ruimtelijke beleving en bewegingsruimte groter en rijker. Zo kunnen ze de wereld verkennen, opgroeien en grenzen verleggen. Door het geheel in kaart te brengen, kan je dié plekken, zones en verbindingen detecteren waar je het verschil kan maken. Zo werk je aan een doordacht ruimtelijk beleid voor deze groep.
Een ‘tienerweefsel’ brengt formele én informele plekken die voor tieners belangrijk zijn in kaart, net als hun onderlinge verbindingen. Omdat een tienerweefsel in kaartvorm is opgesteld, biedt het kansen om met ruimtelijke diensten in dialoog te gaan. Door plekken en verbindingen op kaart te zetten en hun onderlinge samenhang te bespreken, spreek je de taal van planners en ontwerpers.
Samen denken over tienerplekken
Het proces dat je daarbij doorloopt samen met alle diensten en met tieners, is daarbij misschien van even groot belang als de uitkomst. Het vertrekt immers vanuit een positieve realistische beeldvorming dat rondhangen oké is, dat tieners en jongeren niet naar jeugdeilandjes moeten worden verbannen, maar dat ze altijd midden in de samenleving aanwezig zijn. Hoe meer er naar hen geluisterd wordt en ruimte voor hen wordt gecreëerd, hoe minder er conflicten met andere gebruikers van de ruimte zullen zijn. Dit kan dus een aanleiding zijn om met jongeren te gaan praten en linken te leggen met inwoners.
Bovenal ontwikkel je met je gemeente, naast een sociaal-maatschappelijke visie, ook een concrete ruimtelijke visie waar het gehele gemeente- of stadsbestuur zich achter stelt. Die visie achter het tienerweefselplan biedt houvast voor een toekomstig tienervriendelijk ruimtelijk beleid, zelfs in onderhandelingen met projectontwikkelaars of belangengroepen die geneigd zijn om publieke ruimte te privatiseren.
Een strategisch beleidsdocument
Een ‘tienerweefselplan’ biedt de stad of gemeente een planmatige én praktische houvast om een wijk, deelgemeente of volledige gemeente of stad tienergericht uit te bouwen op de korte en lange termijn. Dit gebeurt in het beste geval met participatie van tieners en op een hoog schaalniveau: minimum op wijkniveau en bij voorkeur op regionale schaal. Met een planmatige aanpak kan je ook antwoorden bieden op vragen van buurtbewoners die willen weten waarom er net daar een plek voor tieners bij komt.
Strategisch gezien is het belangrijk om vooral voor die cruciale knooppunten ruimtelijke oplossingen uit te werken. Daar kan je immers een wezenlijk verschil maken voor het grotere geheel. Een tienerweefselplan eindigt daarom ook met een actieplan van ingrepen op korte en op lange termijn. Zo blijft al dat goede werk geen dode letter.
Praktijkvoorbeelden
- District Wilrijk (2022) Tienerweefselplan Wilrijk
Dit is het eerste tienerweefselplan op het niveau van een volledige gemeente/district. - Stad Gent (2022). Toekomstvisie ‘Kinderen en jongeren in de publieke ruimte: Een stedelijk weefsel op maat van kinderen en jongeren’.