In drie stappen naar een tienerweefselplan

Afbeelding
Achtergrond blauw cirkel

Hoe ga je concreet aan de slag om een tienerweefselplan op te stellen? Daarvoor doorloop je drie stappen. Samen met tieners inventariseer je het bestaande tienerweefsel. Je verbindt de belangrijkste plekken via duurzame netwerken. En je verknoopt het weefsel tot uit te bouwen hotspots. Aan de slag! 
 

Ben je al helemaal mee in het wat en het waarom van een tienerweefsel? Dan kan je aan de slag met deze drie stappen:

  • Stap 1: Inventariseren samen met tieners
  • Stap 2: Plekken verbinden
  • Stap 3: Het weefsel ‘verknopen’ tot hotspots.

Stap 1: Samen met tieners het bestaande weefsel inventariseren 

De eerste stap bestaat erin het bestaande tienerweefsel met participatie van tieners in kaart te brengen. De uitdaging is om, op basis van observaties, inspraak en participatie, na te gaan welke voorzieningen betekenis hebben voor tieners. Die relevante elementen inventariseer je en breng je in kaart als het ‘bestaande tienerweefsel’. 
 

Wat omvat het bestaande tienerweefsel? 

Zo’n bestaand tienerweefsel omvat plekken en voorzieningen enerzijds, en routes en verbindingen anderzijds.

Plekken en voorzieningen:

  • Wat zijn de plekken waar veel tieners komen? Hoe waarderen tieners deze plekken?
  • Waar liggen de formele jeugdvoorzieningen en waar komen tieners vaak informeel samen?
  • Welke plekken functioneren nu al goed voor tieners? Welke niet?
  • Welke locaties hebben veel potentie om tienergericht uit te bouwen?

Routes en verbindingen:

  • Wat zijn belangrijke school- en vrijetijdsroutes voor tieners?
  • Hoe zit het met de bereikbaarheid van de formele en informele jeugdvoorzieningen?
  • Waar zitten gevaarlijke punten en barrières? Hoe ervaren tieners dit?
  • Waar zit er potentie om verbindingen te realiseren die interessant zouden kunnen zijn voor tieners?

Foto waarbij tieners belangrijke plekken in kaart brengen
Tieners brengen op het terrein plekken in kaart

Samen met tieners

Uiteraard zijn tieners zelf het best geplaatst om antwoord te geven op bovenstaande vragen. Je moet dus de dialoog aangaan met tieners: in secundaire scholen, via straatinterviews, via het jeugdwerk of online.

Dit kan door bijv. inspraaktechnieken in te zetten uit de publicaties Tienspraak: Tieners betrekken bij het gemeentelijk beleid of Over reuzenkaarten en wegvragertjes. Ook door observaties op het terrein of het bevragen van jeugdwerkers kan je veel te weten komen.

Leg het verband met andere planningslagen

Naast rechtstreekse input vanuit tieners, zijn er een aantal typische planningslagen die belangrijk blijken voor tieners en jongeren. Je kan die ook zelf, of in samenwerking met de GIS-medewerker en de dienst planning, al in kaart brengen als ‘achtergrond’ voor een tienerweefselkaart. Je kan ook zelf een eerste oefening doen met de website InKaart.be.

De kans is dus groot dat onderstaande voorzieningen een (potentiële) rol kunnen spelen in een tienerweefsel. 

Figuur 'gelaagdheid' van een tienerweefsel

Stap 2: Plekken verbinden

In een tweede stap proberen we alle eerder geïnventariseerde plekken en voorzieningen te verbinden vanuit duurzame mobiliteitsnetwerken.

De aantrekkelijke plekken in het tienerweefsel moeten goed verbonden worden zodat ze als een samenhangend weefsel functioneren. Daarbij staat de autonome mobiliteit van tieners centraal. Dit betekent o.m. inzetten op duurzame mobiliteit, vanuit het STOP-principe (eerst Stappers, dan Trappers, dan Openbaar vervoer en dan pas Personenvervoer).

Duurzame mobiliteitsnetwerken op maat van tieners uitbouwen gaat dus over:

  • Wandelnetwerken en trage wegen
  • Fietsnetwerken en een integraal fietsbeleid
  • Netwerken voor openbaar en gedeeld vervoer: trein, bus, taxi en andere vormen van gedeeld vervoer (bijv. ook deelfietsen en -steps).

Het uitbouwen van deze duurzame mobiliteitsnetwerken komt iedereen ten goede. Toch kan het voor het tienerweefsel belangrijk zijn om strategisch te focussen op een aantal verbindingen of missing links, omdat ze voor tieners zo belangrijk zijn.

Daarbij moet je ook het actuele gebruik en de beleving van de routes in rekening brengen. Om allerlei redenen nemen tieners niet noodzakelijk de meest logische, kortste of meest verkeersveilige weg. Dit kan te maken hebben met gebruikspatronen, sociale overwegingen, de aantrekkelijkheid van routes ...

Stap 3: Het weefsel verknopen tot ‘hotspots’

In een derde belangrijke stap, gaan we knooppunten en attractiepolen uitbouwen tot ‘hotspots’ in het tienerweefsel.
 

Bouw de belangrijkste knooppunten uit tot hotspots 

Strategisch gezien is het aangewezen om vooral in te zetten op de ‘knooppunten’ in het tienerweefsel. Dat zijn die plekken waar meerdere voorzieningen en specifieke potenties voor tieners samen aanwezig zijn en in elkaars onmiddellijke buurt liggen. Denk aan het schoolplein met een bushalte die gelegen is aan een snackbar, of aan een mooie zitplek naast een belangrijke fietsverbinding. 

Het komt erop aan die belangrijke plekken samen met tieners op te sporen en in samenspraak met hen uit te bouwen tot ‘hotspots’. 

Die cruciale knooppuntplekken komen bovendrijven wanneer je alle bovenvermelde planningslagen samenvoegt tot een synthesekaart. De zones waar veel voorzieningen clusteren tot ware attractiepolen, kunnen nader onderzocht worden.

Conceptfiguur Knooppunten identificeren in een tienerweefsel

Verknoop verschillende lagen op deze de hotspots 

Op die geïdentificeerde knooppunten en attractiepolen is het een belangrijke opgave om de verschillende lagen zo goed mogelijk met elkaar te verbinden en te ‘verknopen’. Verknopen wil zeggen dat je voorzieningen van verschillende planningslagen zo goed mogelijk op elkaar afstemt en dat je functionele of visuele relaties legt. Je moet bijvoorbeeld vlot van het groen naar de waterkant kunnen, van de bushalte naar de snackbar, van de school naar het stedelijk plein, van de supermarkt naar het tienerpleintje ... 

Bijzonder interessant is het als de plekken visueel verbonden zijn en je dus vanaf de ene voorziening alle andere voorzieningen ziet (of kunt vermoeden dat ze er zijn).

Door verknoping kunnen ware ‘hotspots’ uitgebouwd worden in het tienerweefsel. Als die bovendien goed bereikbaar zijn, ontstaan er interessante publieke ruimte-netwerken voor tieners.

Met doordachte ingrepen kan je het bestaande tienerweefsel versterken. Dit kan door formele en informele tienerplekken uit te bouwen, door de verbindingen en bereikbaarheid voor tieners te verbeteren of door niet-ruimtelijke maatregelen (bijv. organisatorisch, beheer en onderhoud, sensibilisering ...).

Conceptfiguur Verknoping van voorzieningen in een tienerweefsel