In het Kinderrechtenverdrag is het recht op spelen opgenomen onder Artikel 31. In 2013 kreeg dit artikel een uitgebreid ‘Algemeen Commentaar’ van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind. Dat interpreteert en concretiseert het Artikel, en brengt het in verband met andere kinderrechten. Zo kan het recht op spelen ook beter afgedwongen worden.
De verdragstekst van Artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag
Artikel 31 van het Internationaal Verdrag inzake het Recht van het Kind (IVRK) luidt als volgt:
1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven.
2. De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind volledig deel te nemen aan het culturele en artistieke leven, bevorderen de verwezenlijking van dit recht, en stimuleren het bieden van passende en voor ieder gelijke kansen op culturele, artistieke en creatieve bezigheden en vrijetijdsbesteding.
Algemeen Commentaar over Artikel 31
De landen die het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) geaccepteerd hebben, engageren zich om het Verdrag te realiseren. In het Verdrag zelf blijft de omschrijving van de verschillende kinderrechten wel beknopt en voor interpretatie vatbaar. In een Algemeen Commentaar krijgt een artikel uit het verdrag meer duiding en context.
Een Algemeen Commentaar is een gezaghebbende interpretatie van een Artikel uit het IVRK. Het is opgesteld door het VN-Comité voor de kinderrechten. Het geeft meer duiding over de inhoud van de kinderrechten, brengt ze met elkaar in verband, geeft aan waar en waardoor het recht onder druk kan staan, en wijst op de verantwoordelijkheden van de verschillende beleidsniveaus.
In 2013 verscheen General Comment N° 17 over Artikel 31.
Het Algemeen Commentaar erkent spel in zijn eigenheid
In de Verdragstekst van het Internationaal verdrag van het Recht van het Kind IVRK zelf wordt spelen niet gedefinieerd. Het Algemeen Commentaar omschrijft spel wel expliciet. De nadruk ligt op hoezeer spelen geïnitieerd, gecontroleerd en vormgegeven wordt door kinderen zelf. Kinderen spelen omwille van het spelen zelf. Plezier, onzekerheid, uitdaging, flexibiliteit en onproductiviteit zijn kenmerkend voor spelen en zorgen ervoor dat het spel verder gaat.
Children’s play is any behaviour, activity or process initiated, controlled and structured by children themselves; it takes place whenever and wherever opportunities arise. Caregivers may contribute to the creation of environments in which play takes place, but play itself is non-compulsory, driven by intrinsic motivation and undertaken for its own sake, rather than as a means to an end.
Play involves the exercise of autonomy, physical, mental or emotional activity, and has the potential to take infinite forms, either in groups or alone. These forms will change and be adapted throughout the course of childhood.
The key characteristics of play are fun, uncertainty, challenge, flexibility and non-productivity. Together, these factors contribute to the enjoyment it produces and the consequent incentive to continue to play. While play is often considered non-essential, the Committee reaffirms that it is a fundamental and vital dimension of the pleasure of childhood, as well as an essential component of physical, social, cognitive, emotional and spiritual development.
De inzet van het Algemeen Commentaar
De grote ambitie van dit Commentaar is duidelijk te maken dat artikel 31 enorm belangrijk is voor de eigenheid en de ontwikkeling van kinderen. Van bij het begin wijst het VN-Comité op het omvattende en integrale belang van de in het artikel besproken bezigheden. Ze hebben te maken met de kwaliteit van de hele kindertijd, met de optimale ontwikkeling van kinderen, de bevordering van veerkracht en met de realisatie van andere rechten. Spel, rust, vrije tijd, deelname aan het culturele en artistieke leven zijn activiteiten die bijdragen tot de gezondheid, tot de ontwikkeling van creativiteit, verbeelding, zelfvertrouwen, tot fysieke, sociale, cognitieve en emotionele kracht. Deze activiteiten zijn een vorm van participatie aan het dagelijks leven en ze hebben een intrinsieke waarde, niet het minst door het plezier dat kinderen eraan beleven.
Het Commentaar legt ook uitdrukkelijk een verband met vele andere artikelen uit het IVRK, waaronder artikel 12, over de participatie van kinderen, artikel 15 over het recht op het kiezen van je eigen vrienden, artikel 22 omtrent vluchtelingen- en asielzoekende kinderen, artikel 23 over kinderen met beperkingen, artikel 27 over armoede,…
Randvoorwaarden
Het General Comment of Algemeen Commentaar benoemt onder meer randvoorwaarden voor de realisatie van het recht op spelen, en de bedreigingen die daarbij bestaan. Het wijst ook op de kwetsbare status van het informele spelen in de westerse wereld.
De tekst haalt onder meer het belang aan
- van een veilige, gevarieerde en uitdagende fysieke omgeving waarin kinderen zich vrij kunnen bewegen, inclusief groene en grote open ruimtes;
- van verkeersveiligheid en sociale veiligheid;
- van voldoende tijd waarin kinderen zelf hun spel kunnen vormgeven en die niet onder druk staat door te grote structurering of verplichtingen;
- van tolerantie voor spelende kinderen en van het erkennen van de waarde van spelen bij ouders en doorheen de hele maatschappij.
Het VN-Comité noemt onder meer meisjes, kinderen in armoede en kinderen met een beperking als subgroepen voor wie het recht op spelen vaker onder druk staat.
Gemeentelijk beleid
Het zijn de staten die voor de realisatie van de kinderrechten moeten zorgen en hier ook over moeten rapporteren. Maar de verantwoordelijkheden liggen op meerdere niveaus. De General Comment beschrijft vrij gedetailleerd wat van het gemeentelijk beleid verwacht wordt om Artikel 31 te helpen realiseren. Daarbij horen onder meer het voorzien van
- een veilige leefomgeving voor vrij spel, met inbegrip van het ontwerp van zones waar voetgangers en fietsers voorrang hebben op gemotoriseerd verkeer;
- maatregelen voor verkeersveiligheid, met extra aandacht voor schoolomgevingen;
- bescherming van plekken voor spel en recreatie tegen individuen of groepen die een bedreiging vormen voor de veiligheid van kinderen;
- toegang tot aangelegde groene gebieden, grote open ruimtes en natuur voor spel en recreatie;
- veilig, betaalbaar en toegankelijk vervoer beschikbaar maken ter bevordering van deelnamekansen aan spel en recreatie;
- clubs, sportfaciliteiten, georganiseerd spel en activiteiten voorzien voor kinderen van alle leeftijden en uit alle gemeenschappen.
Onderwijs
Opmerkelijk is de aandacht die besteed wordt aan het onderwijs. Naast de waarschuwing voor de overdreven aandacht op schoolresultaten en schoolwerk, vraagt het Comité voor de Rechten van het Kind aandacht voor de fysieke omgeving van de school en betrokkenheid van kinderen daarbij; voor de dagindeling, met genoeg tijd voorzien voor rust en spel.