Drempels voor buitenspelen

Afbeelding
Gele header

Kinderen spelen minder dan vroeger buiten in hun woonomgeving. Maar hoe komt dat, en wat kunnen we eraan doen? Twee vragen waar Kind & Samenleving graag een antwoord op helpt formuleren.

Al meer dan 20 jaar lang voert Kind & Samenleving regelmatig een Buitenspeelonderzoek uit. Uit de gegevens van onze onderzoeken in 1983, 2008 en 2019 blijkt dat het aantal kinderen en jongeren die in hun vrije tijd buitenspelen in de publieke ruimte steeds achteruit gaat. Waar er in 1983 nog zeven kinderen in een wijk speelde, zijn dat er in 2019 nog maar één of twee.

Wanneer de vraag zich dan stelt waarom kinderen uit de publieke ruimte verdwijnen, grijpt de samenleving al te vaak naar pasklare antwoorden. De realiteit is echter een gelaagde samenloop van ruimtelijke en sociale factoren. In het onderzoek Spelen met struikelblokken laten we kinderen zelf aan het woord. Welke drempels maken buitenspelen in hun buurt voor hen minder vanzelfsprekend? En wat haalt hen juist wel naar buiten? We gingen in gesprek met kinderen in vijf stedelijke buurten in Antwerpen, Halle, Hasselt, Kortrijk en Temse.

Welke factoren vormen een drempel voor buitenspelen?

Afbeelding
.

BUITENSPELEN DOE JE NIET ALLEEN

Buitenspelen doen kinderen het liefst met andere kinderen. In hun eentje blijven kinderen liever binnen of in de tuin. Zien spelen doet spelen, en samen kan je ook makkelijker omgaan met de mogelijke uitdagingen die spelen in de publieke ruimte met zich meebrengt.

Het vinden van buitenspeelmaatjes is vaak een probleem. Jijzelf moet als kind kunnen, willen, mogen, en durven buiten gaan om te spelen, maar dat geldt ook voor de andere kinderen waarmee je wil spelen. Dat heeft lang niet alleen met individuele voorkeuren te maken: ouders, andere vrijetijdsactiviteiten én de speelkansen van de woonomgeving zelf spelen daar een rol in. Als weinig andere kinderen buiten spelen op straat, dan wordt die straat steeds minder aantrekkelijk. 

Afbeelding
.

DE BUURT MAAKT HET VERSCHIL

Tussen de buurten in dit onderzoek loopt de mate waarin kinderen vanzelfsprekend kunnen buitenspelen, bijzonder sterk uiteen. Spelen is een kinderrecht, maar hoe vanzelfsprekend buitenspelen is, hangt voor een kind heel sterk af van waar het toevallig woont. Hoeveel en hoe makkelijk kinderen kunnen buitenspelen, heeft heel wezenlijk te maken met de buurt als speelcontext. De ruimtelijke en sociale kwaliteiten van de buurt maken daarbij het verschil, en de combinatie daarvan is voor elke buurt weer anders.

Buitenspelen vraagt om een doordacht buitenspeelbeleid dat de speelkansen in een buurt, en dus de ruimtelijke en sociale kwaliteiten van die buurt, niet van het toeval laat afhangen. Lokale besturen kunnen ervoor kiezen om dat beleid uit te dragen in de buurten waar buitenspelen juist niet vanzelfsprekend is.

Afbeelding
.

DE BUURT IS MEER DAN EEN SPEELTERREIN

Een buurt waar spelen als vanzelf gaat, vereist een combinatie van een gedeelde ankerplek, een weefsel van plekjes dichtbij, en goede verbindingen in de buurt. Centrale, voldoende grote ankerplekken zijn nodig in een buurt. Ze staan of vallen met de speelkansen die ze bieden voor verschillende soorten groepen. Ontbreekt een dergelijke plek, schiet ze qua schaal, inrichting of beheer duidelijk tekort of maken kinderen (en ouders) zich zorgen over de sociale veiligheid van de plek, dan is dit nefast voor de speelkansen in heel de buurt.

Ook betekenisvolle plekjes dicht bij het huis, en dus verspreid over de buurt, maken het verschil voor kinderen die niet ver weg mogen of durven gaan. Zonder dat weefsel wordt het voor kinderen lastig om de eerste stappen naar meer zelfstandig spelen in de buurt te zetten. En zonder goede verbindingen tussen deze plekken geraken kinderen niet op de plaats waar ze elkaar willen ontmoeten en willen gaan spelen. Vooral het gemotoriseerde verkeer en barrières zoals grote wegen zijn dan spelbrekers voor kinderen.

Afbeelding
.

DE BUURT IS EEN SOCIALE SPEELRUIMTE

Buiten spelen in de buurt betekent ook in interactie gaan met al wie zich ook in die buurt bevindt: andere kinderen, jongeren, volwassenen van allerlei allooi. De bezorgdheden, wrijvingen of conflicten die daarmee gepaard kunnen gaan, kunnen ervoor zorgen dat kinderen minder zin hebben om buiten te spelen. De mate van sociale cohesie in een buurt speelt mee in het basisvertrouwen dat kinderen hebben om zich in de publieke ruimte van hun buurt te begeven en er te spelen. Zonder die samenhang missen kinderen het nodige houvast om verder weg te gaan van huis.

In alle wijken spreken kinderen over bezorgdheden over sociale veiligheid en het contact met ‘rare’ of ‘enge’ mensen. Soms blijft die angst enkel verbonden met specifieke plekken of mensen; maar indien de buurt in het algemeen als onveilig wordt aangevoeld, is dit echt nefast voor het buitenspelen. Sommige plekken zijn ook moeilijker te gebruiken door het claimgedrag van andere (vaak oudere) kinderen, die plekken inpalmen en andere kinderen bewust of onbewust uitsluiten. Dit is vooral een probleem in drukbevolkte en dichtbebouwde wijken.

De publieke ruimte is pas echt publiek als ook alle kinderen er zich thuis kunnen voelen. Dat is een opdracht die het thema buitenspelen ver overstijgt. Het gaat hier over je welkom en thuis voelen in je buurt en het creëren van een positief speelklimaat. In buurten waar weinig buitengespeeld wordt, is een echte ondersteuning van het buitenspelen zelf aan de orde. Buurtwerk en jeugdwerk kunnen kinderen hun buurt leren kennen, de sociale cohesie in de wijk bevorderen, of een beurtrol regelen op zeer drukke, fel geclaimde plekken.
 

Afbeelding
.

OOK VIA DE OUDERS DOET DE BUURT ERTOE

Buitenspelen al dan niet aanmoedigen en toelaten heeft voor ouders niet alleen te maken met de buurt waarin dat spelen gebeurt: er is ook de meer persoonlijke relatie tussen ouder en kind, de opvoedingsstijl, ouderlijke inschattingen over wat kan het kind aankan…

Toch komt de buurt waarin kinderen wonen en spelen ook via de ouders op het voorplan. Hun bezorgdheden gaan uit naar hoe veilig de buurt is om hun kinderen er te laten spelen. Dan gaat het zowel over verkeersveiligheid als over sociale veiligheid. De toelating, regels en afspraken die hierbij horen, bepalen mee welke drempels kinderen al dan niet ervaren om in hun buurt te spelen. Ook hier zien we zeer sterke verschillen van wijk tot wijk. En vaak lopen de bezorgdheden van ouders en van kinderen over verkeersveiligheid, sociale veiligheid en sociale cohesie heel sterk parallel.

Niet alle ouders zien het belang van buitenspelen in de buurt. Sensibilisering kan gaan over de waarde van buitenspelen zelf en de meerwaarde van de buurt daarbij, of over het stimuleren van de dialoog tussen ouders en kinderen over het waarom van bezorgdheden en over het plezier van buitenspelen. Een buurt kan vertrouwder en meer ondersteunend worden door bijvoorbeeld speelstraten en andere evenementen die kinderen uitdrukkelijk een plaats geven én daarbij ook de volwassenen samenbrengen. En waarom ouders niet stimuleren om samen met hun kinderen de routes naar speelplekken te verkennen, zodat kinderen die uiteindelijk zelfstandig kunnen nemen?

Afbeelding
.

MAAK TIJD EN RUIMTE VOOR SPELEN

Buiten gaan spelen vraagt soms wat moeite van kinderen. Er zijn heel wat alternatieven voorhanden: voor sommige vrijetijdsbestedingen hoef je het huis of
de zetel niet uit. Spelen in de eigen tuin is handig, zo vlakbij. En je hobby’s zorgen meteen voor een hele groep andere kinderen en een activiteit die je niet zelf hoeft te bedenken. Niet alle kinderen houden echt van buiten spelen in de buurt. In hoeverre andere (vrije)tijdsbestedingen concurreren met buiten gaan spelen, hangt sterk af van kind tot kind. Bovendien hebben kinderen ook schoolwerk te doen en varieert ook de tijd die daaraan wordt besteed heel erg tussen kinderen. 

Niet altijd is er evenveel tijd om te spelen: het weer en hoe laat het donker wordt, maken voor bijna alle kinderen een belangrijk verschil, en op een gewone schooldag is er nog weinig tijd om te spelen. Kinderen associëren buitenspelen vooral met de zomer en met het weekend. Buitenspelen hoeft niet altijd te concurreren met andere vrijetijdsbestedingen. In een buurt met veel tuinen kunnen kinderen toch nog veel in de publieke ruimte spelen, en wie in een club voetbalt, doet dat misschien ook veel op straat.

Lees hieronder de samenvatting van het onderzoek.

Naast de verschillende factoren die het verschil maken in het buitenspelen, identificeren we uit de gesprekken met kinderen ook drie specifieke doelgroepen die elk een rol spelen in het speelgedrag van kinderen: ouders, jeugdwerk en lokale beleidsmakers.

  • Ouders kunnen in het dagelijkse leven van kinderen ruimte en tijd vrijwaren om buitenspelen mogelijk te maken.
  • Het jeugdwerk is een facilitator van spel, en kan kinderen helpen met de gewoonte om de publieke ruimte op te zoeken en in te nemen.
  • Lokale beleidsmakers kunnen de ruimtelijke en sociale struikelblokken in buurten waar minder wordt gespeeld aanpakken.

Om deze doelgroepen te activeren, hebben we de inzichten van het onderzoek in infoproducten gegoten, specifiek gericht op deze doelgroepen.

Twee meisjes hangen ondersteboven aan de fietsnietjes op een dorpsplein

Ondersteun het buitenspelen

In deze interactieve publicatie voor lokale besturen vind je negen goede voorbeelden om op lokaal niveau de drempels voor buitenspelen uit de weg te ruimen.

Benieuwd naar wat kinderen zelf te vertellen hebben over buitenspelen? Wij lieten hen aan het woord over de meerwaarde van het buitenspelen en wat hen aantrekt.

Kinderen vertellen over de drempels voor buitenspelen.

Bij de opmaak van een gewenst kindweefsel worden alle sleutelfiguren betrokken, uit alle beleidsdomeinen

Buitenspelen al dan niet aanmoedigen en toelaten heeft voor ouders niet alleen te maken met de buurt waarin dat spelen gebeurt: er is ook de meer persoonlijke relatie tussen ouder en kind, de opvoedingsstijl, ouderlijke inschattingen over wat kan het kind aankan…

Toch komt de buurt waarin kinderen wonen en spelen ook via de ouders op het voorplan. Hun bezorgdheden gaan uit naar hoe veilig de buurt is om hun kinderen er te laten spelen. Dan gaat het zowel over verkeersveiligheid als over sociale veiligheid. De toelating, regels en afspraken die hierbij horen, bepalen mee welke drempels kinderen al dan niet ervaren om in hun buurt te spelen. Ook hier zien we zeer sterke verschillen van wijk tot wijk. En vaak lopen de bezorgdheden van ouders en van kinderen over verkeersveiligheid, sociale veiligheid en sociale cohesie heel sterk parallel.

Niet alle ouders zien het belang van buitenspelen in de buurt. Sensibilisering kan gaan over de waarde van buitenspelen zelf en de meerwaarde van de buurt daarbij, of over het stimuleren van de dialoog tussen ouders en kinderen over het waarom van bezorgdheden en over het plezier van buitenspelen. Een buurt kan vertrouwder en meer ondersteunend worden door bijvoorbeeld speelstraten en andere evenementen die kinderen uitdrukkelijk een plaats geven én daarbij ook de volwassenen samenbrengen. En waarom ouders niet stimuleren om samen met hun kinderen de routes naar speelplekken te verkennen, zodat kinderen die uiteindelijk zelfstandig kunnen nemen?

De meest betekenisvolle plekken van kinderen brengen we in kaart door kinderen (en hun ouders) te bevragen

Buitenspelen al dan niet aanmoedigen en toelaten heeft voor ouders niet alleen te maken met de buurt waarin dat spelen gebeurt: er is ook de meer persoonlijke relatie tussen ouder en kind, de opvoedingsstijl, ouderlijke inschattingen over wat kan het kind aankan…

Toch komt de buurt waarin kinderen wonen en spelen ook via de ouders op het voorplan. Hun bezorgdheden gaan uit naar hoe veilig de buurt is om hun kinderen er te laten spelen. Dan gaat het zowel over verkeersveiligheid als over sociale veiligheid. De toelating, regels en afspraken die hierbij horen, bepalen mee welke drempels kinderen al dan niet ervaren om in hun buurt te spelen. Ook hier zien we zeer sterke verschillen van wijk tot wijk. En vaak lopen de bezorgdheden van ouders en van kinderen over verkeersveiligheid, sociale veiligheid en sociale cohesie heel sterk parallel.

Niet alle ouders zien het belang van buitenspelen in de buurt. Sensibilisering kan gaan over de waarde van buitenspelen zelf en de meerwaarde van de buurt daarbij, of over het stimuleren van de dialoog tussen ouders en kinderen over het waarom van bezorgdheden en over het plezier van buitenspelen. Een buurt kan vertrouwder en meer ondersteunend worden door bijvoorbeeld speelstraten en andere evenementen die kinderen uitdrukkelijk een plaats geven én daarbij ook de volwassenen samenbrengen. En waarom ouders niet stimuleren om samen met hun kinderen de routes naar speelplekken te verkennen, zodat kinderen die uiteindelijk zelfstandig kunnen nemen?

Het kindweefsel is een 'laag' of 'deelstructuur' die binnen andere planningslagen geïntegreerd wordt.

Buitenspelen al dan niet aanmoedigen en toelaten heeft voor ouders niet alleen te maken met de buurt waarin dat spelen gebeurt: er is ook de meer persoonlijke relatie tussen ouder en kind, de opvoedingsstijl, ouderlijke inschattingen over wat kan het kind aankan…

Niet alle ouders zien het belang van buitenspelen in de buurt. Sensibilisering kan gaan over de waarde van buitenspelen zelf en de meerwaarde van de buurt daarbij, of over het stimuleren van de dialoog tussen ouders en kinderen over het waarom van bezorgdheden en over het plezier van buitenspelen. Een buurt kan vertrouwder en meer ondersteunend worden door bijvoorbeeld speelstraten en andere evenementen die kinderen uitdrukkelijk een plaats geven én daarbij ook de volwassenen samenbrengen. En waarom ouders niet stimuleren om samen met hun kinderen de routes naar speelplekken te verkennen, zodat kinderen die uiteindelijk zelfstandig kunnen nemen?

Een kindweefsel is een netwerk dat alle informele en formele (speel)plekken omvat, en de routes die deze plekken verbinden.

Buitenspelen al dan niet aanmoedigen en toelaten heeft voor ouders niet alleen te maken met de buurt waarin dat spelen gebeurt: er is ook de meer persoonlijke relatie tussen ouder en kind, de opvoedingsstijl, ouderlijke inschattingen over wat kan het kind aankan…

Niet alle ouders zien het belang van buitenspelen in de buurt. Sensibilisering kan gaan over de waarde van buitenspelen zelf en de meerwaarde van de buurt daarbij, of over het stimuleren van de dialoog tussen ouders en kinderen over het waarom van bezorgdheden en over het plezier van buitenspelen. Een buurt kan vertrouwder en meer ondersteunend worden door bijvoorbeeld speelstraten en andere evenementen die kinderen uitdrukkelijk een plaats geven én daarbij ook de volwassenen samenbrengen. En waarom ouders niet stimuleren om samen met hun kinderen de routes naar speelplekken te verkennen, zodat kinderen die uiteindelijk zelfstandig kunnen nemen?